Skript 44.2: Groot interview met Maarten van Rossem


In nummer 44.2 interviewt Skript Historisch Tijdschrift misschien wel de bekendste historicus van Nederland: Maarten van Rossem. Om een indruk te geven van het interview zijn hieronder enkele vragen te lezen uit het gesprek, gevoerd op een zonnige lentemiddag in het Utrechtse Wilhelminapark. Het volledige interview over Van Rossems studie, carrière en zijn rol als publiekshistoricus, zal te lezen zijn in de nieuwste uitgave van Skript, die binnenkort verschijnt. Puck Limburg en Rob Bes

 

Dit interview is onderdeel van het zomernummer van Skript Historisch Tijdschrift, jaargang 44.2 en is u cadeau gedaan de door de redactie. Als u benieuwd bent geworden naar de andere artikelen kunt u hier een overzicht vinden. Als u geïnteresseerd bent geworden in Skript en vier keer per jaar Skript thuis wilt ontvangen kunt u hier kijken voor het afsluiten voor een abonnement.

 

Het viel ons op dat u vaak zegt dat veel media geneigd zijn om gebeurtenissen te overdrijven en ze als ‘compleet nieuw’ te presenteren. Is er een gebrek aan historisch besef in de media en is dat problematisch?

“Waar ik mij het meeste aan erger, is dat voor de media alles steeds volkomen nieuw is. Ze vinden elke dag de wereld helemaal opnieuw uit en zijn vaak totaal niet geïnteresseerd in geschiedenis. Nul. Media zijn geïnteresseerd in wat er morgen gebeurt. Volgende week eventueel, maar dat is wel ver weg. Ze trekken de gordijnen open en denken: ‘Hoe is het mogelijk?! Ik zie een vijver, die was er gisteren niet!’. Je kunt ook zeggen: dat is een goede eigenschap, dat je elke keer weer verbaasd bent over hoe de wereld in elkaar zit. Ik denk dat de media iets van de opwinding zouden kunnen dempen en ook iets van de angsten. Je hoeft momenteel de deur maar dicht te doen en dan begint de Derde Wereldoorlog alweer, met alles erop en eraan. Ik zwijg nog maar van de nieuwe tijdperken die met grote regelmaat zouden aanbreken. Er hoeft maar iets te gebeuren en er begint er weer eentje. Dat vind ik misleidend. Een voorbeeld van zo’n zeldzaam, écht nieuw tijdperk, is de negentiende eeuw. Er is geen andere tijd waarin de wetenschap zulke revolutionaire vorderingen heeft gemaakt in zo’n ongekend tempo als toen. Mensen vragen me nu ook wel of ik denk dat de Derde Wereldoorlog binnenkort gaat uitbreken. Nou, dat denk ik niet. Nu zat ik er bij Oekraïne volkomen naast, maar de Derde Wereldoorlog is toch weer een heel andere propositie.”

Als u nu weer achttien was, zou u dan weer geschiedenis gaan studeren?

“Dat hangt er een beetje vanaf hoe het eeuwig leven in elkaar zit. Is er eeuwig leven? In dat geval moet ik iets te doen hebben. Als je de kennis behoudt die je nu hebt, dan zou ik een andere studie doen, gewoon vanwege vermaak. Ik weet niet wat: wellicht biologie, paleontologie of kunstgeschiedenis. Misschien zelfs wel een bètastudie.”

"Ze trekken de gordijnen open en denken: ‘Hoe is het mogelijk?! Ik zie een vijver, die was er gisteren niet!’."

Maar stelt u zich voor dat u weer achttien bent en opnieuw zou moeten studeren?

“En ik weet niet wat ik nu weet? Ik ben een onbeschreven blad? Ik ben bang dat ik politicologie zou hebben gedaan. Ik was natuurlijk in Utrecht vanwege die farmaciestudie, want dat was toen de enige plek waar je dat doen kon. Ik wilde eigenlijk ook gaan verkassen, maar ik had toen ook een andere vriendin die in Utrecht woonde… Dat was mijn eerste vriendin, met mijn tweede vriendin ben ik getrouwd. Ik had het wel gezellig daar in Utrecht en ben blijven hangen. Ik ben nu natuurlijk dol en dolgelukkig dat ik geen politicologie heb gestudeerd! Vooral omdat die discipline volledig geïnfecteerd is met al die mallotige

marxistische, links-marxistische, post-marxistische, structuralistische… nou ga zo maar door. Terwijl ik hier in Utrecht gewoon een vrij solide, doodnormale en ouderwetse geschiedenisstudie heb gedaan. Ik heb er overigens nooit spijt van gehad dat ik geschiedenis ben gaan studeren, ik heb er vooral spijt van dat ik twaalf jaar over mijn dissertatie heb gedaan. Dat had sneller gekund, misschien wel in de helft van de tijd.”

"En ik weet niet wat ik nu weet? Ik ben een onbeschreven blad? Ik ben bang dat ik politicologie zou hebben gedaan."

U bent op dit moment weer zelf een boek aan het schrijven, toch?

“Hmm ja, een minder geslaagd onderwerp. Ja, daar was ik eigenlijk goed mee aan de slag. Dat wil zeggen dat ik al zo’n 34.000 woorden heb geschreven. Over de werktitel heb ik het ook al uitgebreid gehad, namelijk: Een korte geschiedenis van de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw die eigenlijk begon in de jaren zeventig. Overigens geen originele gedachte mijnerzijds, er zijn zo al minstens twee omvangrijke boeken die dat thema bearbeiten, om het zo maar te zeggen. Ergens in het najaar ben ik van de rails geraakt als

schrijver. Niet dat ik nu cocaïne ben gaan snuiven of zoiets, maar we hadden een verbouwing in huis en om dat te ontwijken zijn we drie weken in een appartement aan de westkant van Utrecht gaan wonen. Al na drie dagen dacht ik: de ‘vibraties’ zijn hier niet goed, om maar met terpentijn te spreken. Dus toen ben ik tijdelijk gestopt, vervolgens kreeg ik corona en toen kwamen medische problemen weer terug en ja… Ik geef toe, het zijn goedkope klachten, maar kort gezegd staat het stil. Het boek werd ook alsmaar dikker en nu, met Poetin, komt er natuurlijk weer een heel hoofdstuk bij.”


 

Benieuwd geworden? In Skript Historisch Tijdschrift nummer 44.2 lees je het hele interview, inclusief boekentips. Direct abonnee worden voor maar 22,50 euro per jaar? Klik dan hier en ontvang Skript 44.2 direct zodra het uitkomt.